Parels… De Dodendraad in Koewacht

Parels… Je vindt ze overal. De Dodendraad in Koewacht is zo’n Parel. Het staat er al zo’n 100 jaar, een oude Parel dus! Ook deze Parel heeft een interessant verleden waarvan het jij het verhaal vast nog niet kent. Daarom vertellen wij het verhaal.

Het dorp Koewacht is geen standaard Nederlands dorp, het ligt namelijk op de grens. Hierdoor heeft het dorp een Nederlandse kant en een Belgische kant.. een écht grensdorp dus!

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd er door het Duitse leger een Dodendraad op de grens van België en Nederland gespannen. De Dodendraad was een elektrische versperring aan de grens tussen België en Nederland tijdens WO I. Voor Koewacht was deze draad natuurlijk een probleem, aangezien zij op de grens lagen.
Op 2 juli 1915 naderde het Duitse leger Koewacht. De inwoners hadden gehoopt dat de Duitsers soepel zouden zijn en misschien het draad om het dorp heen zouden aanleggen. Maar dat liep een beetje anders. De Duitsers konden niet direct met een oplossing komen voor het grensprobleem, daarom hebben ze de Dodendraad dwars door Koewacht gespannen.. dwars door een schuur.. door een fruitboom en muren. Alles wat in de weg stond werd verwijderd. 

Je kan je natuurlijk voorstellen dat dat niet heel praktisch was; de kerk stond bijvoorbeeld aan de ene kant van de grens, waardoor de bezoekers van de andere kant van de grens daar niet meer heen konden. Daarnaast stond er op de Dodendraad maar liefst 2000 volt, dus aanraken was geen optie. Gelukkig werd er af en toe een uitzondering gemaakt. Elke zondag werd de port bij de Dodendraad geopend en konden de inwoners van de Nederlandse kant, onder toezicht van Duitse soldaten, naar de Belgische kant. Zodra iedereen binnen was werden de deuren gesloten. Na afloop van de dienst moesten de bewoners van de Nederlandse kant op dezelfde manier weer terug naar hun kant. 

Dit was natuurlijk absoluut niet handig, dat vonden de inwoners van de Nederlandse kant ook en bouwden daarom hun eigen kerk. Dit loste veel problemen op voor de inwoners van Koewacht, maar helaas niet alles. 

Het volgende probleem was het kerkhof. Deze lag namelijk aan de Nederlandse kant. In 1915 overleed een vrouw in Belgisch Koewacht. Onderweg naar het kerkhof moest ze dus langs de Dodendraad. Het probleem was dat haar familieleden daar niet bij haar begrafenis mochten zijn. De kist werd door Duitse militairen aan de inwoners van Koewacht doorgegeven zodat ze begraven kon worden. Helaas moesten haar kinderen door de Dodendraad aanzien hoe hun moeder werd meegenomen.

Ook werd er in die tijd een extra Dodendraad geplaatst. Dit werd gedaan zodat de inwoners van de Nederlandse en Belgische kant niet meer konden communiceren met elkaar. Ook hiervoor werd alles wat in de weg stond weggehaald. De mensen die op de grensstrook woonden moesten verhuizen. Later werd er ook nog een hoog schutsel geplaatst van stro op alle wegen naar de grens en alle huizen die voor de grens stonden. Deze waren dicht gevlochten zodat niemand erdoorheen kon kijken. De Belgen konden niet dichter dan 200 meter van de grens komen, hiervoor had je een doorlaatpas nodig. 

Na de Wapenstilstand werd de draad gezien als oorlogsbuit. Op sommige plekken werd het gesloopt en gebruikt voor landbouwers om hun weilanden te omheinen. Maar op sommige plekken was het stroom nog niet van het draad afgehaald, hierdoor was Jan van Looveren het laatste slachtoffer van het Dodendraad.

In 2018 hebben bewoners en scholieren langs de grens van de Dodendraad witte krokussen geplant. Elke voorjaar wanneer de krokussen weer gaan bloeien en maken ze het traject van de Dodendraad weer zichtbaar. Een prachtig initiatief dus!